ECLI:NL:RBALK:2007:BB9571
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling aannemer voor dood door schuld bij instorten muur tijdens restauratie
Op 16 maart 2000 stortte tijdens restauratiewerkzaamheden aan een grachtenpand in Amsterdam een nieuw gemetselde muur van circa drie meter hoogte om, waarbij een timmerman, het latere slachtoffer, werd getroffen en overleed aan zijn verwondingen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte, als uitvoerder/aannemer, nalatig was in zijn zorgplicht. Hij gaf opdracht om de muur ongesteund en deels op een verrotte houten balk te metselen, zonder voldoende onderzoek te verrichten naar de stabiliteit van de constructie. Deskundigen concludeerden dat de muur zonder tijdelijke steun niet veilig was en dat de rotte balk de oorzaak was van het instorten.
Hoewel de redelijke termijn voor de strafzaak met ruim vier jaar was overschreden, oordeelde de rechtbank dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 120 uur, met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving, rekening houdend met de termijnoverschrijding en de ernst van het feit.
De nabestaanden werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot schadevergoeding, omdat het causale verband met het bewezen strafbare feit niet was vastgesteld. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur werkstraf wegens dood door schuld na instorten muur tijdens restauratie.