ECLI:NL:RBALK:2007:BC2668
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige machtiging op grond van geestesstoornis en gevaar
De rechtbank Alkmaar behandelde een verzoek tot voorlopige machtiging op grond van de Wet BOPZ met betrekking tot een betrokkene met dementie. De kernvraag was of de geestesstoornis gevaar veroorzaakte dat een gedwongen opname rechtvaardigde.
De rechtbank nam kennis van medische verklaringen, verhoren en rapportages over risico's zoals ernstige verwaarlozing, gevaar voor de psychische gezondheid van anderen en valgevaar. Hoewel er aanvankelijk sprake was van verwaarlozing, was dit op het moment van de zitting niet meer het geval. Het valgevaar werd niet voldoende toegeschreven aan de dementie en het risico werd door zorg en familie aanzienlijk beperkt.
De rechtbank concludeerde dat niet voldaan was aan het wettelijke criterium van gevaar veroorzaakt door een geestesstoornis. Ook de zorg voor de betrokkene door familieleden en thuiszorg werd meegewogen. Gezien de ingrijpende aard van een gedwongen opname en het ontbreken van een acuut gevaar, werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging wordt afgewezen wegens ontbreken van gevaar veroorzaakt door de geestesstoornis.