ECLI:NL:RBALK:2008:BC7271
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in strafzaak wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster heeft bij de rechtbank Alkmaar een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die in een strafzaak de verdediging van verzoekster beperkte door niet toe te staan dat haar gemachtigde, die niet als advocaat was opgetreden, het woord voerde tijdens de terechtzitting. De kantonrechter baseerde zijn beslissing op een arrest van de Hoge Raad uit 1986, waarbij werd vastgesteld dat een verdachte zich alleen kan laten vertegenwoordigen door een advocaat of een schriftelijk gemachtigde.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het funderen van een rechterlijke beslissing op wet- en regelgeving en rechtspraak van de Hoge Raad niet leidt tot een gegronde vrees voor vooringenomenheid. De door verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden, waaronder de verwijzing naar andere uitspraken van feitenrechters, vormden geen uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de kantonrechter onpartijdig heeft gehandeld en dat het wrakingsverzoek ongegrond is. De behandeling van de strafzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de strafzaak wordt voortgezet.