ECLI:NL:RBALK:2008:BC7688
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.H. Bosma
- A. van der Perk
- F.A. Egter van Wissekerke
- Rechtspraak.nl
Verdeling wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen handel in cocaïne
De rechtbank Alkmaar behandelde de ontnemingsvordering tegen verdachte wegens medeplegen van handel in cocaïne in de periode mei tot augustus 2007. Op basis van het vonnis van 4 december 2007 en het proces-verbaal met berekeningen werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk €8.588,10, gebaseerd op een periode van 182 dagen en een winstverdeling van 50% tussen verdachte en mededader. Verdachte en haar raadsman voerden aan dat de werkelijke winst veel lager was, met een maximale winst van €200, mede omdat de transacties hoofdzakelijk in kleine bolletjes van 10 euro plaatsvonden.
De rechtbank nam het bewijs van dagelijkse transacties aan, maar ging uit van een hoeveelheid van 0,5 gram per transactie in plaats van 1 gram. Dit leidde tot een berekening van 230 gram cocaïne verkocht, met een bruto opbrengst van €11.500 en een inkoopprijs van €7.160, resulterend in een winst van €4.340. Omdat geen inzicht werd gegeven in de winstverdeling, werd deze gelijk verdeeld, waardoor het aan verdachte toe te rekenen voordeel €2.170 bedraagt.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat verdachte niet in staat zou zijn dit bedrag te betalen en legde de verplichting tot betaling van €2.170 aan de Staat op. Het vonnis werd uitgesproken op 10 maart 2008 door de meervoudige kamer voor strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt verplicht tot betaling van €2.170 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.