ECLI:NL:RBALK:2008:BC7691
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.H. Bosma
- A. van der Perk
- F.A. Egter van Wissekerke
- Rechtspraak.nl
Berekening en vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen handel in cocaïne
De rechtbank Alkmaar behandelde de ontnemingsvordering tegen verdachte wegens medeplegen handel in cocaïne. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €69.658,90, gebaseerd op een berekening van transacties over een periode van ruim een jaar. De rechtbank beperkte de periode tot de bewezenverklaarde feiten en corrigeerde de berekening op basis van getuigenverklaringen en het vonnis van 4 december 2007.
Uit verklaringen bleek dat verdachte dagelijks meerdere transacties verrichtte, meestal in bolletjes cocaïne van circa 0,5 gram. De rechtbank ging daarom uit van een lagere hoeveelheid per transactie dan de officier van justitie had aangenomen. Ook werd rekening gehouden met medeplegen, waarbij de winst werd gedeeld met een mededader.
De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €14.152,55 bedroeg, aanzienlijk lager dan de door het OM gevorderde som. Verdachte voerde aan dat hij geen draagkracht had en in behandeling was voor verslaving, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor het ontbreken van draagkracht.
De rechtbank legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 10 maart 2008.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot betaling van €14.152,55 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.