ECLI:NL:RBALK:2008:BD3169

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
16 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
101069 / FA RK 08-239
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Brussel II-bis VerordeningArt. 9 Brussel II-bis VerordeningArt. 10 Brussel II-bis VerordeningArt. 12 lid 1 Brussel II-bis VerordeningArt. 12 lid 3 Brussel II-bis Verordening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake wijziging gezamenlijk gezag minderjarige

De moeder, sinds 2002 woonachtig in Engeland, verzoekt de rechtbank Alkmaar om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te wijzigen in eenhoofdig gezag. Het kind is geboren tijdens haar huwelijk dat inmiddels is ontbonden, maar de voormalige echtgenoot is niet de biologische vader en heeft geen contact met het kind. De moeder ondervindt praktische problemen bij de uitvoering van het gezamenlijk gezag, zoals het verlengen van het paspoort van het kind, waarvoor toestemming van beide ouders vereist is.

De moeder baseert de bevoegdheid van de rechtbank Alkmaar op artikel 12 lid 1 en Pro lid 3 van de Brussel II-bis Verordening. De rechtbank overweegt dat de vader niet uitdrukkelijk of ondubbelzinnig de bevoegdheid van deze rechtbank heeft aanvaard, zoals vereist in artikel 12 lid 1 onder Pro b. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 12 lid Pro 3, omdat ondanks het Nederlandse staatsburgerschap van het kind niet vaststaat dat het kind een nauwe band met Nederland heeft en de bevoegdheid niet door alle partijen is aanvaard.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot wijziging van het gezag. De moeder heeft uitdrukkelijk domicilie gekozen bij haar procureur in Den Helder, maar dit verandert niets aan de bevoegdheidsvraag. De beschikking is uitgesproken door rechter M.M. van Weely op 16 april 2008.

Uitkomst: De rechtbank Alkmaar verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot wijziging van het gezamenlijk gezag.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
BB
zaak- en rekestnummer: 101069 / FA RK 08-239
datum: 16 april 2008
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
[NAAM MOEDER],
wonende te Southall, Middlesex, Engeland,
uitdrukkelijk domicilie kiezende te Den Helder,
verzoekende partij,
procureur: mr. N.J.M. Plat,
tegen:
[NAAM VADER],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in en buiten Nederland,
gerekwestreerde,
niet verschenen.
Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van deze rechtbank is op 18 maart 2008 het verzoekschrift van de moeder ingekomen waarin wordt verzocht het gezamenlijk gezag over de minderjarige [NAAM], geboren in de gemeente 's-Gravenhage op [GEBOORTEDATUM] te wijzigen, in die zin dat de moeder zal worden belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
De moeder legt aan het verzoek het volgende ten grondslag.
De (destijds arrondissements)rechtbank 's-Gravenhage heeft bij beschikking van 1 september 1999 de echtscheiding uitgesproken tussen de moeder en de vader. Die beschikking is op 7 februari 2000 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De moeder is in 1992 naar Nederland gevlucht zonder de vader. Zij heeft de vader nadien niet meer gezien. Op 15 januari 1998 is in de gemeente 's-Gravenhage de minderjarige geboren. De vader is niet de biologische vader van de minderjarige. De heer [NAAM], met wie de moeder sinds 4 mei 1997 is gehuwd naar de tradities van de Islam, is de verwekker van de minderjarige. Sinds eind 2002 wonen zij in Engeland. De vader heeft geen "family life" met de minderjarige (gehad). Hij kent haar niet en heeft haar nog nooit gezien of gesproken. Omdat de minderjarige tijdens het huwelijk van partijen is geboren, hebben partijen het gezamenlijk gezag. De moeder wenst dit te wijzigen in het eenhoofdig gezag. Zij loopt bij de uitvoering van het gezamenlijk gezag tegen praktische problemen op. Zo lukt het de moeder niet om zonder toestemming van de vader het paspoort van de minderjarige te verlengen. De gemeente heeft aangegeven de schriftelijke toestemming van beide ouders nodig te hebben. Communicatie tussen partijen is echter onmogelijk, omdat de moeder niet weet waar de vader woont. Het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd verandering komt. Partijen zijn derhalve niet in staat aan het gezamenlijk gezag een invulling te geven die niet belastend is voor de minderjarige, zodat het verzoek dient te worden toegewezen.
De moeder en de minderjarige wonen sinds 2002 in Engeland en zij hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. De moeder kiest voor het voeren van de onderhavige procedure uitdrukkelijk domicilie in Nederland ten kantore van haar procureur te Den Helder. De moeder is van mening dat de rechtbank Alkmaar bevoegd is van het onderhavige verzoek kennis te nemen op grond van het bepaalde in artikel 12 lid 1 en Pro 3 van de "Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000" (verder: Brussel II-bis Verordening) en wel om de volgende redenen:
- de Nederlandse rechter heeft de echtscheiding uitgesproken;
- de moeder draagt de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de minderjarige;
- de minderjarige heeft de Nederlandse nationaliteit;
- de minderjarige heeft tot haar 4e levensjaar in Nederland gewoond en een nauwe band met Nederland;
- het paspoort van de minderjarige moet in Nederland, althans bij het Nederlandse consulaat in Engeland, worden verlengd;
- de bevoegdheid door het belang van de minderjarige wordt gerechtvaardigd;
- de moeder heeft de bevoegdheid van de rechtbank Alkmaar uitdrukkelijk aanvaard.
De rechtbank overweegt als volgt.
Artikel 8 lid 1 van Pro de Brussel II-bis Verordening bepaalt dat ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Lid 2 van artikel 8 houdt Pro in dat het bepaalde in lid 1 geldt onder voorbehoud van de artikelen 9, 10 en 12.
De moeder beroept zich met betrekking tot de bevoegdheid van deze rechtbank op artikel 12 lid 1 en Pro 3 van de Brussel II-bis Verordening.
Anders dan de moeder betoogt, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan hetgeen in artikel 12 lid 1 onder Pro b van de Brussel II-bis Verordening is bepaald, te weten dat de bevoegdheid van deze gerechten uitdrukkelijk dan wel op enige andere ondubbelzinnige wijze door de echtgenoten en door de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, is aanvaard op het tijdstip waarop de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt en door het belang van het kind wordt gerechtvaardigd. Immers de vader heeft noch uitdrukkelijk noch op enige andere ondubbelzinnige wijze de bevoegdheid van deze rechtbank aanvaard.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat eveneens niet is voldaan aan hetgeen is bepaald in artikel 12 lid 3 van Pro de Brussel II-bis Verordening. De minderjarige heeft weliswaar de Nederlandse nationaliteit, maar daarmee staat nog (in het geheel) niet vast dat de minderjarige een nauwe band heeft met Nederland. Evenmin is de bevoegdheid van deze rechtbank op het tijdstip waarop de zaak aanhangig is gemaakt, uitdrukkelijk dan wel op enige andere ondubbelzinnige wijze, aanvaard door alle partijen bij de procedure.
Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat zij niet bevoegd is van het onderhavige verzoek kennis te nemen.
DE BESLISSING
De rechtbank:
Verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.