ECLI:NL:RBALK:2008:BD3894

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
29 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
100262 / ES RK 08-165
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:173 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed wegens late inschrijving

Op 4 juli 2002 sprak de rechtbank Alkmaar een scheiding van tafel en bed uit tussen partijen. Volgens artikel 1:173 lid 1 BW Pro wordt een scheiding van tafel en bed rechtsgeldig door inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister. Lid 3 van dat artikel bepaalt dat indien het verzoek tot inschrijving niet binnen zes maanden na het verkrijgen van kracht van gewijsde wordt gedaan, de beschikking haar kracht verliest.

De vrouw verzocht op 8 februari 2008 tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. De man voerde geen verweer. De griffier verzocht de vrouw bewijs te leveren van tijdige inschrijving van de beschikking van 4 juli 2002. Pas op 15 april 2008, ruim na de termijn van zes maanden die op 17 juli 2002 begon te lopen, werd de beschikking ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

De rechtbank oordeelde dat de beschikking haar kracht had verloren door het niet tijdig inschrijven. Hierdoor kon de vrouw niet ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek tot ontbinding van het huwelijk. De rechtbank wees het verzoek af en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige inschrijving van de beschikking van scheiding van tafel en bed om de rechtskracht te behouden en vervolgstappen zoals ontbinding van het huwelijk mogelijk te maken.

Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed vanwege het niet tijdig inschrijven van de beschikking.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
BB
zaak- en rekestnummer: 100262 / ES RK 08-165
datum: 29 mei 2008
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
[naam vrouw],
wonende te Hoorn,
verzoekende partij,
procureur mr. A.J. Butter,
tegen:
[naam man],
wonende te Hoorn,
gerekwestreerde,
niet verschenen.
Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van deze rechtbank is op 8 februari 2008 het inleidende verzoekschrift van de vrouw ingekomen waarin wordt verzocht tussen partijen, Nederlanders, ontbinding van het huwelijk uit te spreken.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
Er is een verklaring van de man ingekomen waaruit blijkt dat hij kennis heeft genomen van het verzoekschrift en dat hij geen verweer zal voeren.
Bij brieven van de griffier van 4 april 2008 en 8 mei 2008 is aan de procureur van de vrouw verzocht over te leggen een bewijs van inschrijving in het huwelijksgoederenregister van de beschikking van 4 juli 2002 van deze rechtbank waarbij tussen partijen de scheiding van tafel en bed is uitgesproken.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Uit de stukken is het volgende komen vast te staan.
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 juli 2002 is op hun gemeenschappelijk verzoek tussen partijen de scheiding van tafel en bed uitgesproken. Uit een verklaring van de griffier van deze rechtbank van 17 juli 2002 blijkt dat verzoekers in die beschikking berusten. Nadat de vrouw niet had voldaan aan het verzoek van de griffier zoals gedaan bij brief van 4 april 2008, heeft zij naar aanleiding van de brief van de griffier van 8 mei 2008 bij brief van 22 mei 2008 overgelegd een bewijs dat de beschikking van 4 juli 2002 op 15 april 2008 onder nummer 08.399 is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister ter griffie van de (arrondissements)rechtbank te Amsterdam.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Sinds 1 juni 2001 komt op grond van het bepaalde in artikel 173 lid 1 van Pro Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een scheiding van tafel en bed tot stand door inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister. Lid 3 van artikel 1:173 BW Pro bepaalt dat indien het verzoek om inschrijving niet is gedaan uiterlijk zes maanden na de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de beschikking haar kracht verliest.
Blijkens de verklaring van de griffier is de termijn van zes maanden ingegaan op 17 juli 2002, zodat inschrijving niet binnen zes maanden heeft plaatsgevonden. De beschikking houdende scheiding van tafel en bed heeft daarmee haar kracht verloren.
De vrouw zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
DE BESLISSING
De rechtbank :
Verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het verzoek tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed.
coll.:
Deze beschikking is gegeven door mr. H.E.C. de Wit, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van DONDERDAG 29 mei 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.