ECLI:NL:RBALK:2008:BD6935
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging onderhoudsverplichting man jegens vrouw op grond van gewijzigde omstandigheden
De man heeft bij de rechtbank Alkmaar verzocht te bepalen dat zijn onderhoudsverplichting jegens de vrouw van rechtswege is komen te vervallen op grond van gewijzigde omstandigheden. Primair baseerde hij dit op artikel 1:157 lid 6 BW Pro, omdat uit het huwelijk een kind is geboren dat na korte tijd in een pleeggezin is geplaatst en geen uitzicht bestaat op terugkeer naar de ouders. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het kind wel uit het huwelijk is geboren en de situatie niet gelijkgesteld kan worden met de in dat artikel bedoelde situatie.
Subsidiair verzocht de man op grond van artikel 1:160 BW Pro de onderhoudsverplichting te beëindigen. De rechtbank stelde vast dat de vrouw sinds 4 oktober 2007 samenwoont met een partner op een gezamenlijk adres, hetgeen door de gemeente Haarlem is bevestigd. De vrouw heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek. De rechtbank oordeelde dat de onderhoudsverplichting met ingang van 4 oktober 2007 is geëindigd, omdat de samenwoning niet eerder geformaliseerd was.
De rechtbank wijzigde de eerdere beschikking van 18 maart 2003 van de rechtbank Haarlem en verklaarde de man niet-ontvankelijk voor het primaire verzoek. De subsidiaire beëindiging van de onderhoudsverplichting werd toegewezen met ingang van 4 oktober 2007. De overige verzoeken werden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw eindigt met ingang van 4 oktober 2007.