ECLI:NL:RBALK:2008:BG1435
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- H. Warnink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente tot verwijdering steigers wegens onvoldoende spoedeisend belang
De gemeente Koggenland vorderde in kort geding dat de bewoners van De Burghtlanden hun steigers over het gemeentewater zouden verwijderen, omdat deze volgens de gemeente onrechtmatig waren en inbreuk maakten op haar eigendomsrecht. De bewoners voerden aan dat zij door onjuiste informatie van een gemeenteambtenaar en het Hoogheemraadschap in de veronderstelling verkeerden dat het water niet eigendom van de gemeente was, en dat zij daarom geen toestemming van de gemeente hadden gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering tot verwijdering een verstrekkend karakter heeft en alleen kan worden toegewezen indien met grote waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de bodemrechter hetzelfde zal beslissen. Gezien de omstandigheden, waaronder de onduidelijkheid over de mededelingen van de gemeenteambtenaar en het feit dat de bewoners mochten uitgaan van de juistheid daarvan, was nader feitenonderzoek noodzakelijk. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de vordering van de gemeente zonder meer zou worden toegewezen.
Daarnaast vond de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de gemeente onvoldoende, omdat het verlies van rechten en precedentwerking niet zodanig waren dat onmiddellijke voorziening noodzakelijk was. De vordering werd daarom afgewezen en de gemeente werd veroordeeld in de kosten van het geding. De voorwaardelijke reconventionele vordering van de bewoners tot vergoeding van verwijderingskosten werd niet behandeld omdat de voorwaarde niet was vervuld.
Uitkomst: De vordering van de gemeente tot verwijdering van de steigers wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en mogelijke gegrondheid van het verweer in een bodemprocedure.