ECLI:NL:RBALK:2008:BG4498
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid artikel 13 lid 6 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen wegens strijd met artikel 45 WW
Eiser, een voormalig docent met een WAO-uitkering die werd ingetrokken wegens herstel, kreeg een WW-uitkering toegekend op basis van het WAO-vervolgdagloon volgens artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels. Eiser betwistte deze berekeningswijze en stelde dat dit lid onverbindend is omdat het afwijkt van het loondervingsbeginsel zoals neergelegd in artikel 45 van Pro de WW.
De rechtbank overwoog dat het loondervingsbeginsel inhoudt dat het dagloon gebaseerd moet zijn op het loon dat de werknemer verdiende voorafgaand aan het arbeidsurenverlies. Artikel 13, zesde lid, wijkt hiervan af door het WW-dagloon te koppelen aan het lagere WAO-vervolgdagloon, dat is gebaseerd op het minimumloon plus een percentage, en daarmee niet het werkelijke loon weerspiegelt.
De rechtbank stelde vast dat de bevoegdheid om afwijkende regels te stellen in artikel 45, tweede lid, WW niet zo ver reikt dat het loondervingsbeginsel verlaten mag worden. De memorie van toelichting en eerdere jurisprudentie ondersteunen dit oordeel. Daarom is artikel 13, zesde lid, onverbindend en moet het buiten toepassing blijven. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser. De uitspraak bevestigt het belang van het loondervingsbeginsel bij de vaststelling van het WW-dagloon en beperkt de reikwijdte van afwijkende regelgeving binnen de WW.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 45, eerste lid, van de WW.