ECLI:NL:RBALK:2009:BH4163
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- H. Warnink
- Rechtspraak.nl
Geschil over omvang en gebruik gehuurde kamer in woonpand
In deze zaak tussen huurder en verhuurder staat centraal of de huurovereenkomst betrekking heeft op één kamer of de gehele bovenste verdieping van een pand. De huurovereenkomst vermeldt een bedrag dat wijst op huur van één kamer, en het feit dat de zwager van huurder ook een kamer huurt, ondersteunt dit. De rechtbank oordeelt dat huurder slechts één kamer huurt en niet de gehele verdieping.
Verhuurder mag de andere kamer verhuren en huurder mag deze kamer niet gebruiken. Huurder heeft deze kamer zonder recht of titel in gebruik, en het belang van verhuurder om deze kamer te verhuren weegt zwaarder dan het belang van huurder om deze te blijven gebruiken. Daarnaast is verhuurder verboden zonder toestemming van huurder de gehuurde kamer te betreden en moet hij het rustige huurgenot van huurder waarborgen.
Verder is verhuurder verboden huurder bij de gemeente uit te schrijven zolang de huurovereenkomst loopt. De rechtbank wijst de vorderingen toe, matigt de dwangsommen en compenseert de proceskosten. De vordering van verhuurder tot ontruiming van de kamer wordt afgewezen omdat de gedragingen van huurder niet ernstig genoeg zijn om voortijdige ontruiming te rechtvaardigen.
Uitkomst: Huurder huurt één kamer en mag andere kamer niet gebruiken; verhuurder moet rustig huurgenot waarborgen en mag huurder niet bij gemeente uitschrijven.