ECLI:NL:RBALK:2009:BH6090
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag op motorjacht wegens ondeugdelijke vordering
De Staat der Nederlanden had in 2006 executoriaal beslag gelegd op het motorjacht Wega, geregistreerd op naam van [gedaagde 1], in verband met een ontnemingsmaatregel tegen [gedaagde 3]. Later legde [gedaagde 1] conservatoir beslag op de Wega wegens een vermeende huurschuld van [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. De Staat stelde dat deze vordering ondeugdelijk was en gebaseerd op een schijnconstructie waarbij [gedaagde 1] als stroman fungeert.
De voorzieningenrechter overwoog dat eerdere uitspraken en een verklaring van [gedaagde 3] onder ede voldoende aannemelijk maken dat de huurovereenkomst en vordering niet reëel zijn. Het belang van de Staat bij opheffing van het beslag en executoriale verkoop, mede vanwege verjaring van de ontnemingsvordering en waardevermindering van de Wega, weegt zwaarder dan het louter financiële belang van [gedaagde 1].
Daarom werd het conservatoir beslag opgeheven en [gedaagde 1] veroordeeld in de proceskosten. De kosten tussen de Staat en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] werden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op het motorjacht Wega wordt opgeheven wegens ondeugdelijke vordering.