ECLI:NL:RBALK:2009:BI0661
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onvoldoende motivering en onderbouwing
Op 24 maart 2009 legde de burgemeester een huisverbod op aan verzoeker, geldig tot 3 april 2009. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde de zaak op 31 maart 2009.
Verzoeker betwistte de feiten die aan het huisverbod ten grondslag liggen en stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, onder meer omdat het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) niet was gehecht en het besluit was ondertekend door een wethouder zonder mandaat. De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit was ondertekend door de burgemeester en dat het ontbreken van het RiHG als bijlage geen bezwaar was.
De gemeente kon echter geen onderbouwing geven van de feiten en omstandigheden die het huisverbod rechtvaardigen en wist niet of hulpverlening was opgestart. Hierdoor kon de voorzieningenrechter de relevante feiten niet vaststellen, wat noodzakelijk is voor een deugdelijke motivering volgens artikel 3:46 Awb Pro.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onderbouwing, het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.