ECLI:NL:RBALK:2009:BI1256
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke vergoeding deurwaarderskantoor bij incasso zonder schriftelijke tariefafspraak
Eiser gaf mondeling opdracht aan het deurwaarderskantoor tot incasso van een arrestvordering. Er was geen schriftelijke bevestiging van het tarief, en partijen waren het oneens over de hoogte van de vergoeding. Het deurwaarderskantoor bracht een vast percentage aan afwikkelingskosten in rekening, wat eiser betwistte als onverschuldigd.
De rechtbank stelde vast dat er geen vooraf overeengekomen tarief was en dat op grond van artikel 7:405 BW Pro een redelijke vergoeding verschuldigd is. Hierbij werd rekening gehouden met gebruikelijke deurwaarderstarieven en specifieke omstandigheden van de zaak, waaronder de omvang van de vordering en de duur van de werkzaamheden. De redelijke vergoeding werd vastgesteld op 4% van het geïncasseerde bedrag.
Verder oordeelde de rechtbank dat vertragingsrente niet verschuldigd was over de periode waarin conservatoir beslag lag, omdat dit beslag een beletsel vormde en het deurwaarderskantoor niet in verzuim was. Wel werd rente over de periode na het opheffen van het beslag toegewezen, verminderd met de depotrente. De vordering tegen de directeur-grootaandeelhouder wegens onrechtmatige daad werd afgewezen. Proceskosten werden deels gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het deurwaarderskantoor tot betaling van een redelijke vergoeding en rente, wijst onverschuldigde betaling toe en wijst de vordering tegen de directeur-grootaandeelhouder af.