ECLI:NL:RBALK:2009:BI5129
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg testamentair legaat betreffende volledige onroerende zaak aan pleegzoon
In deze zaak staat de uitleg van een testamentair legaat centraal, waarbij partijen verschillen over de omvang van het legaat aan de pleegzoon. De pleegzoon stelt dat het legaat de volledige onroerende zaak omvat, terwijl de erven menen dat alleen het woongedeelte is bedoeld.
De rechtbank overweegt dat de bewoordingen van het testament niet beperken tot het woonhuis, maar spreken over "mijn woning met erf en ondergrond". Gelet op de omstandigheden, waaronder de verklaring van de executeur die vertrouwenspersoon was van de overledene, acht de rechtbank het aannemelijk dat het gehele perceel is bedoeld. De argumenten van de erven, waaronder het agrarische gebruik en eerdere transportakten, wegen niet zwaarder.
De rechtbank wijst de vordering van de pleegzoon toe en veroordeelt de erven tot medewerking aan de afgifte van het legaat binnen een gestelde termijn, met een dwangsom bij niet-nakoming. De vordering van de erven wordt afgewezen. Tevens worden de proceskosten aan de erven opgelegd.
Uitkomst: Het legaat omvat de volledige onroerende zaak en de erven worden veroordeeld tot medewerking aan afgifte ervan.