ECLI:NL:RBALK:2009:BJ3155
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vennootschap tot betaling wegens ontoereikende derdenbeslagverklaring
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen een vennootschap en een natuurlijke persoon, gedaagde sub 2, naar aanleiding van een derdenbeslag gelegd onder de vennootschap ten laste van een derde, [naam 1]. Eiseres vordert onder meer dat de vennootschap een nadere verklaring aflegt over de beslagene en tot betaling wordt veroordeeld alsof zij zelf schuldenaar is. Tevens vordert zij vernietiging van de omzetting van het huwelijksvermogensregime tussen gedaagde sub 2 en [naam 1] en hoofdelijk aansprakelijkheid van gedaagde sub 2.
De rechtbank oordeelt dat de vennootschap haar verklaring niet voldoende heeft onderbouwd met stukken, waardoor deze niet toereikend is in de zin van artikel 476a Rv. Ook heeft de vennootschap geen nadere gerechtelijke verklaring afgelegd, zodat de sanctie van artikel 477a lid 1 Rv. wordt toegepast. De vorderingen tegen de vennootschap worden daarom toegewezen.
De vorderingen tegen gedaagde sub 2 wegens onrechtmatige daad en actio pauliana worden afgewezen, omdat eiseres onvoldoende onderbouwing levert en gedaagde sub 2 ten tijde van de ontbinding van het huwelijksgoederenregime geen schuldenaar was. De rechtbank veroordeelt eiseres in de proceskosten van gedaagde sub 2.
Uitkomst: De vennootschap wordt veroordeeld tot betaling alsof zij zelf schuldenaar is; vorderingen tegen gedaagde sub 2 worden afgewezen.