ECLI:NL:RBALK:2009:BK2204
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende gronden
In deze kort geding procedure vorderde VMA opheffing van conservatoir beslag dat door [eisers] was gelegd wegens niet-nakoming van een koopovereenkomst van onroerend goed. [Eisers] had zijn vordering in conventie ingetrokken en verweerde zich tegen de reconventionele eis tot opheffing van het beslag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid om van de eis kennis te nemen aanwezig was en dat de gewijzigde eis van VMA tijdig was gesteld. VMA stelde dat het beslag haar bedrijfsvoering belemmert en dat de hoofdzaak niet tijdig was ingesteld, maar dit werd verworpen omdat de dagvaardingen wel tijdig waren ingediend en het niet nodig is om het beslag expliciet te vermelden.
De rechter achtte aannemelijk dat [eisers] op de overeengekomen leveringsdatum kon leveren en dat het beroep van VMA op een contractuele bepaling die levering zou uitstellen, niet opging. Ook was niet gebleken van ondeugdelijkheid van het vorderingsrecht of dat vervangende zekerheid was gesteld. De vordering tot opheffing van het beslag werd daarom afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.