ECLI:NL:RBALK:2010:BL4194
Rechtbank Alkmaar
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoekster heeft bij de wrakingskamer van de Rechtbank Alkmaar een verzoek ingediend tot wraking van de handelsrechter in een civiele procedure. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid en onrechtmatige bejegening door de rechter, onder meer vanwege het niet houden van een voorlopig getuigenverhoor en diverse inhoudelijke beslissingen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor vooringenomenheid. De kamer heeft de door verzoekster aangevoerde gronden, waaronder het optreden van de rechter tijdens zittingen, het niet toestaan van bepaalde proceshandelingen en het opmaken van een proces-verbaal buiten aanwezigheid van partijen, uitgebreid onderzocht.
De wrakingskamer concludeert dat de feiten en omstandigheden geen aanwijzingen opleveren voor subjectieve vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid. Het optreden van de rechter wordt gezien als het bewaken van de procesorde en het naleven van proceseconomische beginselen. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de handelsrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.