ECLI:NL:RBALK:2010:BM1857
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.B. Littooy
- N.O.P. Roché
- G.D.M. Hoedemaker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel en betalingsverplichting bij oplichting
De rechtbank Alkmaar behandelde een zaak waarin betrokkene werd veroordeeld voor meervoudige oplichting. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk gesteld op €705.450,-, later aangepast naar €651.350,-. Betrokkene was failliet verklaard en ontbeerde draagkracht vanwege arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €626.350,-, gebaseerd op de bewezen verklaarde feiten van oplichting tegen meerdere benadeelden. Feit 4 werd vrijgesproken, waardoor geen voordeel uit die oplichting werd vastgesteld. De benadeelden waren niet-ontvankelijk verklaard in de strafzaak en kunnen hun vorderingen bij de curator indienen.
Gezien de opgelegde schadevergoedingsmaatregel van hetzelfde bedrag en het faillissement van betrokkene, stelde de rechtbank de betalingsverplichting aan de Staat op nihil. De verweren van de raadsvrouw behoefden daarom geen bespreking meer. Dit vonnis werd uitgesproken op 21 april 2010 door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Alkmaar.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel van €626.350,- wordt vastgesteld, maar de betalingsverplichting aan de Staat wordt op nihil gesteld.