ECLI:NL:RBALK:2010:BM5120
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Gedaagden mogen toegangsweg tot recreatiepark niet afsluiten
De Groote Vliet exploiteert een recreatiepark dat slechts via een weg kan worden bereikt waarvan gedaagden mede-eigenaar zijn. Gedaagden hebben de toegangsweg afgesloten met een schutting en aangekondigd deze definitief te sluiten vanwege overlast en een aanbouw aan hun woning. De Groote Vliet vordert in kort geding dat gedaagden worden verboden de weg af te sluiten en gedogen dat gebruikers, leveranciers en derden het recreatiepark kunnen bereiken.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de toegangsweg de enige ontsluiting is van het recreatiepark en dat het belang van De Groote Vliet om gebruik te kunnen maken van deze weg zwaarder weegt dan het belang van gedaagden om de weg af te sluiten. Het standpunt van gedaagden dat er alternatieve ontsluitingen mogelijk zijn, wordt niet gevolgd omdat die niet gerealiseerd zijn. De voorzieningenrechter wijst de weg aan als noodweg op grond van artikel 5:57 BW Pro.
Gedaagden hoeven slechts te gedogen dat eisers, gebruikers en leveranciers het park kunnen bereiken, niet alle derden. De voorzieningenrechter legt een verbod op tot afsluiting van de toegangsweg totdat in een bodemprocedure is beslist, met een dwangsom van €1.000 per dag tot maximaal €25.000. De vordering tot hoofdelijke veroordeling wordt afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. De voorziening vervalt als De Groote Vliet niet binnen twee maanden een bodemprocedure start.
Uitkomst: Gedaagden worden verboden de toegangsweg af te sluiten en veroordeeld tot gedogen van gebruik door eisers en derden onder dreiging van een dwangsom.