ECLI:NL:RBALK:2010:BN0351
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid en juistheid vastgestelde WOZ-waarde woning
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2008, die door verweerder was vastgesteld op €220.214 en na bezwaar verlaagd naar €206.154. De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep, waarbij werd vastgesteld dat het beroepschrift tijdig was ingediend, ondanks dat de uitspraak op bezwaar per gewone post was verzonden en eiser de ontvangst daarvan ontkende. De rechtbank volgde de door de Hoge Raad geformuleerde regels voor bewijslastverdeling omtrent postbezorging.
Inhoudelijk ging het geschil over de juistheid van de vastgestelde WOZ-waarde. Verweerder had de waarde bepaald volgens de wettelijk voorgeschreven vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen uit dezelfde buurt. De rechtbank oordeelde dat deze woningen goed vergelijkbaar waren en dat verweerder voldoende inzicht had gegeven in de waardebepaling, waarbij rekening was gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlak en bijgebouwen.
Eiser voerde aan dat de waarde te hoog was en verwees naar verkoopprijzen van vergelijkbare woningen en vraagprijzen van woningen in de omgeving. De rechtbank stelde echter vast dat vraagprijzen niet als marktgegevens gelden en dat de waardestijging ten opzichte van de vorige waardepeildatum geen reden was om de vastgestelde waarde onjuist te achten.
Gelet op het bewijs en de onderbouwing concludeerde de rechtbank dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W.P. van der Haak op 3 juni 2010 te Alkmaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €206.154 wordt ongegrond verklaard.