ECLI:NL:RBALK:2010:BN2813
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg en reikwijdte van concurrentiebeding tussen werkgever en ex-werknemer
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en een ex-werknemer over de uitleg van een concurrentiebeding opgenomen in een vaststellingsovereenkomst. De werknemer was van 1996 tot 2009 in dienst en tevens mede-aandeelhouder. Na beëindiging van de samenwerking is een beding overeengekomen dat de werknemer verbiedt betrokken te zijn bij een onderneming in heiwerk met een omzet minder dan €1.700.000 exclusief BTW.
De werkgever stelde dat de werknemer in strijd met dit beding handelt door via zijn eenmanszaak heiwerkzaamheden te verrichten en opdrachtgevers van de werkgever te benaderen. De werknemer betwistte dit en stelde dat het beding zo moet worden uitgelegd dat hij wel werkzaamheden mag verrichten voor ondernemingen met een omzet hoger dan genoemde grens.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beding, gelet op de onderhandelingen en correspondentie tussen de adviseurs, inderdaad zo moet worden uitgelegd dat de werknemer vrij is om voor grotere ondernemingen te werken. De werkgever slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de werknemer het beding overtrad. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het benaderen van opdrachtgevers onrechtmatig was. De vorderingen van de werkgever werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werkgever wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schending concurrentiebeding.