ECLI:NL:RBALK:2010:BN4988
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke voogdij en schorsing gezag vader over minderjarige
De moeder verzocht de rechtbank Alkmaar om haar te belasten met het gezag over haar minderjarige kind, geboren in Den Helder. De zaak heeft een internationaal karakter vanwege de Hongaarse nationaliteit van het kind, maar de rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht heeft op grond van de gewone verblijfplaats van het kind.
De ouders zijn gehuwd en het kind was sinds 2002 onder tijdelijke voogdij van Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland geplaatst omdat beide ouders destijds gedetineerd waren. Sinds oktober 2007 woont het kind bij de moeder, terwijl de vader geen bekende woon- of verblijfplaats heeft en geen contact onderhoudt met de moeder.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is om de tijdelijke voogdij te beëindigen en het gezag gezamenlijk aan de ouders toe te kennen. Het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag werd afgewezen omdat de ouders gehuwd zijn. Omdat de vader geen bekende verblijfplaats heeft en niet in staat is het gezag uit te oefenen, wordt zijn gezag geschorst op grond van de artikelen 1:253q en 1:253r BW, waardoor de moeder het gezag alleen uitoefent zolang de vader afwezig is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek om alleen het gezag aan de moeder toe te kennen is afgewezen.
Uitkomst: De tijdelijke voogdij wordt beëindigd, ouders krijgen gezamenlijk gezag, gezag vader wordt geschorst zolang zijn verblijfplaats onbekend is.