ECLI:NL:RBALK:2010:BN5018
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding na verkeersongeval
Eiser is op 26 december 2008 betrokken geraakt bij een verkeersongeval waarbij de tegenpartij schuld had. ASR, de WAM-verzekeraar van de tegenpartij, erkende aansprakelijkheid en betaalde voorschotten op schadevergoeding.
Eiser vorderde in kort geding een aanvullend voorschot van €13.000,- omdat hij meende dat de reeds betaalde voorschotten onvoldoende waren en hij financiële problemen ondervond. ASR betwistte dit en stelde dat zij reeds meer dan voldoende had betaald en dat het verlies aan arbeidsvermogen niet groter was dan berekend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij na 8 april 2009 niet volledig had kunnen werken door het ongeval en dat het verband tussen de klachten aan de linkerelleboog en het ongeval niet was vastgesteld. Hierdoor was niet aannemelijk dat de schadevergoeding hoger zou zijn dan de reeds betaalde voorschotten.
Daarom werd de vordering afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt dat nader deskundigenonderzoek nodig is om het causale verband te bepalen, wat in kort geding niet kan plaatsvinden.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een aanvullend voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het verlies aan verdienvermogen.