ECLI:NL:RBALK:2010:BO0951
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over onverschuldigde pensioenuitkeringen na overlijden erflater
Erflater had recht op een ouderdomspensioen dat werd uitgekeerd door de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Landbouw (BPL). Na het overlijden van erflater in 2006 heeft BPL ten onrechte nog tot en met februari 2009 pensioenuitkeringen overgemaakt op de bankrekening van erflater.
De executeurs van de nalatenschap hebben meerdere keren schriftelijk verzocht om stopzetting van de betalingen, maar deze verzoeken werden aan Colland gericht, een partij die de correspondentie niet tijdig aan BPL heeft doorgegeven. De rechtbank oordeelt dat de executeurs dit niet kan worden tegengeworpen.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de vordering van BPL op de nalatenschap: het bruto betaalde bedrag van €56.395,06 versus het netto ontvangen bedrag van €34.411,86. De rechtbank stelt vast dat BPL een vordering heeft van het bruto bedrag en dat de executeurs bij de Belastingdienst de teruggave van afgedragen belastingen en premies moeten bewerkstelligen.
De executeurs moeten binnen twee maanden een nieuwe uitdelingslijst opstellen en alle schuldeisers hiervan op de hoogte stellen. De verdere verdeling van de baten zal later worden beslist.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de executeurs belastingteruggave moeten regelen en een nieuwe uitdelingslijst moeten opstellen voor de nalatenschap.