ECLI:NL:RBALK:2010:BO1341
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitwinning van beslag op vordering tot levering onroerende zaak volgens regels onroerende zaak
In deze zaak tussen broer en zus over de verdeling van de nalatenschap van hun ouders is beslag gelegd op de vordering tot levering van de juridische eigendom van een boerderij. Eiseres wenst dit beslag uit te winnen via de regels van artikel 474bb Rv., die betrekking hebben op roerende zaken, terwijl gedaagde betoogt dat de uitwinning volgens de regels voor onroerende zaken moet plaatsvinden.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de deurwaarder zich op grond van artikel 438 lid 4 Rv Pro. tot de voorzieningenrechter kan wenden bij twijfel over de wijze van executie. De primaire stelling van gedaagde dat deze procedure niet geschikt is voor ingewikkelde kwesties wordt verworpen. De rechter oordeelt dat de verdere executie moet plaatsvinden volgens de regels van uitwinning van een onroerende zaak, zoals bepaald in artikel 475a lid 3 Rv. en aansluitende bepalingen.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van eiseres af om de executie via artikel 474bb Rv. te laten plaatsvinden. Tevens wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak verduidelijkt de wijze van executie van derdenbeslag op vorderingen tot levering van onroerende zaken, waarbij de wettelijke bepalingen omtrent onroerende zaken prevaleren boven die voor roerende zaken.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de gevraagde voorziening af en bepaalt dat de executie van het beslag op de vordering tot levering van de onroerende zaak volgens de regels voor onroerende zaken moet plaatsvinden.