ECLI:NL:RBALK:2010:BO1933
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling ondanks eerdere regeling binnen tien jaar
Verzoekster vroeg op 23 juni 2010 bij de rechtbank Alkmaar opnieuw toepassing van de schuldsaneringsregeling aan. Eerder was zij van 8 mei 2003 tot 9 november 2006 onder de regeling gevallen, die destijds zonder schone lei werd beëindigd vanwege het ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe schulden niet aan verzoekster te wijten waren. De grootste schuld betrof een uitvaartrekening die niet volledig werd gedekt door verzekeringen, mede doordat een deel van het verzekeringsgeld door een familielid werd gebruikt voor andere doeleinden. Daarnaast ontstond een schuld aan de gemeente wegens te veel ontvangen bijstand, die tijdig was gemeld maar te laat werd verwerkt.
Gezien de psychische toestand van verzoekster na het overlijden van haar vader en het psychodiagnostisch onderzoek achtte de rechtbank het niet verwijtbaar dat verzoekster destijds geen regeling kon treffen voor de nieuwe schulden. Daarom paste de rechtbank de uitzonderingsgrond van artikel 288 lid 2 onder Pro d Faillissementswet analoog toe en stond zij de nieuwe aanvraag toe.
De rechtbank besloot tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder, en kende een voorschot toe op het salaris van de bewindvoerder.
Uitkomst: De rechtbank staat de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe ondanks eerdere regeling binnen tien jaar vanwege niet-verwijtbare nieuwe schulden.