ECLI:NL:RBALK:2010:BO2101
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig bewijs in zaak mensenhandel Alkmaar
De rechtbank Alkmaar behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van medeplegen van mensenhandel door twee vrouwen uit te buiten in de prostitutie. De tenlastelegging betrof het gebruik van dwang, geweld, misleiding en misbruik van kwetsbare posities om de vrouwen te vervoeren, huisvesten en dwingen tot prostitutie.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat het bewijs niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag berusten. De verklaringen van de aangeefsters werden onvoldoende ondersteund door onafhankelijke bewijsmiddelen zoals getuigenverklaringen, telefoontaps en geldtransacties.
De rechtbank concludeerde dat de overige bewijsmiddelen slechts aantoonden dat de vrouwen als prostituee werkzaam waren, maar geen concrete aanwijzingen bevatten voor uitbuiting door verdachte. Ook het zogenaamde schakelbewijs, waarbij verklaringen van meerdere aangeefsters in onderlinge samenhang werden beschouwd, was onvoldoende concreet.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en hief het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor mensenhandel.