ECLI:NL:RBALK:2010:BO2105
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel in prostitutie
De rechtbank Alkmaar behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van medeplegen van mensenhandel door drie vrouwen uit te buiten in de prostitutie. De tenlastelegging betrof het gebruik van dwang, geweld, misleiding en misbruik van kwetsbare posities om de vrouwen te vervoeren, huisvesten en te dwingen tot prostitutie.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. De verklaringen van de drie aangeefsters waren onvoldoende ondersteund door onafhankelijke bronnen zoals getuigenverklaringen, telefoontaps en geldtransacties. Deze bewijsmiddelen konden slechts aantonen dat de vrouwen als prostituees werkzaam waren, maar niet dat zij door verdachte werden uitgebuit.
De rechtbank verwierp ook het gebruik van zogenaamde schakelbewijzen, omdat de overeenkomsten in de verklaringen niet concreet genoeg waren om uitbuiting aan te tonen. De dagvaarding met betrekking tot een verzamelfeit werd nietig verklaard vanwege gebrekkige omschrijving.
Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de vordering tot onttrekking van een inbeslaggenomen ploertendoder af wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel.