ECLI:NL:RBALK:2010:BO5333
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering Varde wegens restschuld aandelenlease ondanks beroep op dwaling en onvoorziene omstandigheden
In deze zaak vordert Varde Investments betaling van een restschuld voortvloeiend uit een aandelenleaseovereenkomst tussen gedaagde en Dexia. Gedaagde en zijn echtgenote hebben het Dexia Aanbod ondertekend, waarmee zij afstand deden van alle rechten jegens Dexia met betrekking tot de effectenlease-overeenkomst. Gedaagde betwist de vordering en voert onder meer dwaling en onvoorziene omstandigheden aan ter vernietiging van het Dexia Aanbod.
De rechtbank stelt vast dat het Dexia Aanbod een vaststellingsovereenkomst betreft die rechtsgeldig tot stand is gekomen. De door gedaagde aangevoerde dwaling en onjuiste voorstelling van zaken zijn reeds integraal beoordeeld en verworpen in een eerder arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Daarnaast is gedaagde onvoldoende geïnformeerd geweest, maar had hij de mogelijkheid om zich nader te laten informeren voordat hij het aanbod ondertekende.
Verdere verweren van gedaagde, zoals het ontbreken van bewijs van cessie en onduidelijkheid over de identiteit van Varde, worden door de rechtbank ongegrond verklaard. De cessie is rechtsgeldig en Varde is bevoegd om de vordering in te stellen. De rechtbank wijst de vordering van Varde toe tot betaling van € 4.455,63, inclusief wettelijke rente vanaf 14 maart 2008, en veroordeelt gedaagde in de proceskosten. De reconventionele vordering van gedaagde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Varde toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van € 4.455,63 plus wettelijke rente vanaf 14 maart 2008.