ECLI:NL:RBALK:2010:BO5840
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening over bankhypotheek en beslag in executiegeschil
In deze kortgedingprocedure stonden twee zaken centraal die samenhang vertoonden en gezamenlijk werden behandeld. [naam 1] vorderde dat ING haar vordering uit hoofde van een bankhypotheek zou maximeren tot €100.000 en dat een bedrag van €22.495,13 aan zijn advocaat zou worden overgemaakt. ING vorderde opheffing van het beslag dat [naam 1] had gelegd.
De kern van het geschil betrof de uitleg van een vaststellingsovereenkomst die was gesloten ter voorkoming van executoriale verkoop van een bedrijfspand. ING wilde betaling van een hoger bedrag dan €100.000 als voorwaarde stellen voor het afgeven van een royementsverklaring, terwijl [naam 1] stelde dat de hypotheek slechts tot €100.000 beperkt was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst leidend is en dat ING zich niet kan verhalen op hogere bedragen dan afgesproken. De vordering van [naam 1] werd toegewezen en het beslag moest worden opgeheven. De proceskosten werden gecompenseerd. De uitspraak benadrukte ook de maatschappelijke rol van de bank en het belang van redelijkheid in de klantrelatie.
Uitkomst: ING wordt veroordeeld haar vordering te maximeren tot €100.000 en het beslag wordt opgeheven.