ECLI:NL:RBALK:2010:BO6074
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte hond wegens onvoldoende eigendomsbewijs
Eiseres A verkocht in 2007 een pup aan gedaagde B. In 2010 kocht A de hond terug voor een lager bedrag en ontving het registratiebewijs van de Raad van Beheer waarop zij als eigenaar werd vermeld. B weigerde echter de hond af te geven, waarop A een kort geding startte.
A stelde dat B de hond verwaarloosde en spoedeisend belang bestond bij afgifte. B betwistte het eigendom en stelde dat zijn handtekening op het registratiebewijs was vervalst. Tevens verwees B naar een clausule in de koopovereenkomst die hem verplichtte de hond onverwijld terug te geven indien hij niet meer voor de hond kon zorgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op de registratiebewijzen zowel A als B als mede-eigenaren werden vermeld, hetgeen niet strookte met de stelling van A dat zij de enige eigenaar was. Ook was onvoldoende onderbouwd dat B de hond moest afstaan. De vordering werd daarom afgewezen en A werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de hond wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van eigendom door eiseres.