ECLI:NL:RBALK:2010:BO6084
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing conservatoir beslag op pensioenuitkeringen wegens onvoldoende vordering en belangenafweging
Tabijn vordert conservatoir derdenbeslag op pensioenuitkeringen van twee gedaagden, voormalig statutair bestuurder en werknemer, wegens vermeend onrechtmatig handelen en onbehoorlijke taakvervulling bij een in 2003 gesloten overeenkomst. De overeenkomst betreft een constructie rondom het doorwerken na gebruikmaking van de FPU-regeling, waarbij gedaagde sub 1 onbezoldigd heeft doorgewerkt en gedaagde sub 2 incidentele betalingen ontving.
Tabijn stelt dat de overeenkomst mogelijk nietig is en dat de gedaagden zich financieel hebben bevoordeeld, mede door naheffingsaanslagen en vergrijpboetes van de belastingdienst. De gedaagden betwisten de nietigheid en aansprakelijkheid en voeren aan dat het oude bestuur de regeling bewust heeft goedgekeurd en dat Tabijn heeft geprofiteerd van de arbeid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Tabijn onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overeenkomst nietig is of dat gedaagde sub 1 het bestuur willens en wetens heeft misleid. De regeling is deels uitgevoerd, waarbij gedaagde sub 1 vier jaar onbezoldigd heeft gewerkt. De rechter acht het uitgesloten dat de reeds gedane betalingen kunnen worden teruggevorderd. Ook de vordering op grond van onrechtmatige daad faalt, mede omdat de werknemer er op mag vertrouwen dat afspraken houdbaar zijn.
Verder weegt de voorzieningenrechter mee dat beslag op de pensioenuitkeringen de gedaagden financieel zwaar zou treffen, terwijl Tabijn al beslag heeft gelegd op andere middelen en een inhouding op het salaris toepast. Gezien de belangenafweging wordt het verzoek tot beslag afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot conservatoir derdenbeslag op pensioenuitkeringen wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de vordering en belangenafweging.