ECLI:NL:RBALK:2010:BO8174

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
11 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/2163
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 4:18 AwbArt. 7:14 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen dwangsombesluit

Eiseres maakte bezwaar tegen een indicatiebesluit van verweerster en stelde verweerster vervolgens schriftelijk in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. Verweerster stelde dat tijdig was beslist en nam een besluit waarin zij verklaarde dat geen dwangsom verschuldigd was. Eiseres reageerde hierop met brieven die als bezwaar tegen dit besluit werden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat tegen het besluit van verweerster over de dwangsom eerst bezwaar moest worden gemaakt voordat beroep mogelijk was.

Omdat eiseres geen formeel bezwaar had ingediend tegen het dwangsombesluit, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank benadrukte dat de Awb voorschrijft dat de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom bij beschikking wordt vastgesteld en dat tegen dit besluit bezwaar moet worden gemaakt.

De rechtbank sloot het onderzoek en wees een proceskostenveroordeling af, aangezien het beroep niet ontvankelijk was. De uitspraak is gedaan door rechter P.H. Lauryssen op 11 november 2010 te Alkmaar.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar tegen het dwangsombesluit.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Bestuursrecht
Zaaknummer: 10/2163 AWBZ
Uitspraak van de enkelvoudige kamer
in de zaak van:
[naam],
In haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [naam1]
wonende te [plaatsnaam],
eiseres,
gemachtigde C.C. Dol,
tegen
Centrum indicatiestelling zorg, (CIZ),
verweerster.
Ontstaan en loop van de zaak
Eiseres heeft op 23 november 2009 bezwaar gemaakt tegen het indicatiebesluit van verweerster van 10 november 2009.
Bij brief van 26 maart 2010, door verweerder ontvangen op 29 maart 2010, heeft eiseres verweerster ingebreke gesteld ter zake van het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar.
Bij besluit van 11 mei 2010 is op het bezwaar beslist. Het bezwaar is gegrond verklaard, en aan de bezwaren is met een indicatiebesluit tegemoet gekomen.
Bij brief van 7 juni 2010 heeft verweerster eiseres in reactie op de ingebrekestelling bericht dat de beslistermijn niet is overschreden. De uiterste beslisdatum betrof 8 juni 2010, en op 11 mei 2010 is op het bezwaar beslist.
Bij brieven van 24 juni 2010 en 9 juli 2010 heeft eiseres daarop gereageerd.
Bij brief van 14 juli 2010 heeft verweerster daarop gereageerd. Verweerster handhaaft haar standpunt dat tijdig op het bezwaar is beslist.
Bij te onderscheiden brieven van 24 augustus 2010 heeft eiseres daartegen bij verweerster bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de rechtbank.
Motivering
1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De rechtbank maakt van die bevoegdheid gebruik en overweegt daartoe als volgt.
Uit artikel 7:14 van Pro de Awb volgt dat paragraaf 4.1.3.2 van de Awb ook van toepassing is op de bezwaarfase.
Uit artikel 4:17, eerste lid, van paragraaf 4.1.3.2 van de Awb volgt mitsdien dat indien een beschikking op bezwaar niet tijdig wordt gegeven, het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing.
In het tweede lid is bepaald dat de dwangsom de eerste veertien dagen € 20 per dag bedraagt, de daaropvolgende veertien dagen € 30 per dag en de overige dagen € 40 per dag.
Uit het derde lid volgt dat de eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, de dag is waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking op bezwaar is verstreken en het bestuursorgaan van de bezwaarmaker een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.
In artikel 4:18 van Pro de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststelt binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was.
2. De brief van verweerster van 7 juni 2010 is een besluit van verweerster als bedoeld in artikel 4:18 van Pro de Awb, inhoudende dat van verschuldigdheid van een dwangsom geen sprake is. De brief van verweerster 14 juli 2010 is enkel een herhaling daarvan, en dus geen besluit.
3. Tegen het besluit van 7 juni 2010 dient, alvorens beroep kan worden ingesteld, bezwaar gemaakt te worden. De brieven van eiseres van 24 juni 2010 en 9 juli 2010 dienen als zodanig aangemerkt te worden, nu daaruit kan worden afgeleid dat eiseres zich met het besluit van 7 juni 2010 niet kan verenigen.
4. Uit het vorenstaande volgt dat eiseres niet in haar beroep kan worden ontvangen. Verweerster dient te beslissen op het bezwaarschrift gericht tegen besluit van 7 juni 2010, zoals door eiseres nader onderbouwd in de in deze procedure ingezonden stukken.
5. Bij deze uitkomst is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in tegenwoordigheid van
C.H. Kuiper, griffier, op 11 november 2010 te Alkmaar.
griffier rechter
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerster verzet doen bij de rechtbank. Verzet wordt gedaan door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (verzetschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de rechtbank Alkmaar, sector Bestuursrecht, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar.
Als u het verzet mondeling op een zitting wilt toelichten, moet u daarom vragen in uw verzetschrift. Op deze zitting gaat het uitsluitend over het door u ingediende verzet en niet over het door u ingediende beroep.