ECLI:NL:RBALK:2010:BO9245
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Hirzalla
- A. van der Perk
- S.M. Jongkind-Jonker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte na uitzetting
Verdachte werd beschuldigd van seksuele delicten tegen een minderjarig meisje in de periode juli tot november 2008. Tijdens de procedure werd verdachte op 9 september 2010 uitgezet naar het buitenland, waardoor hij niet aanwezig kon zijn bij de terechtzitting van 10 november 2010.
De rechtbank constateerde dat verdachte geen afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en dat deze schending van artikel 6 EVRM Pro niet kon worden hersteld omdat verdachte onbereikbaar was en niet binnen aanvaardbare termijn naar Nederland kon terugkeren. De raadsman had sinds de schorsing van maart 2010 geen contact meer met verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de schending van het aanwezigheidsrecht ernstig was en onvoldoende werd gecompenseerd door de aanwezigheid van de raadsman. Daarom werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. De officier van justitie kreeg de mogelijkheid om bij herstel van het aanwezigheidsrecht opnieuw te vervolgen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van het aanwezigheidsrecht van verdachte na uitzetting.