ECLI:NL:RBALK:2010:BP5621
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering persoonsgegevens uit incidentenregister bank
Verzoeker verzocht de rechtbank ABN te veroordelen tot verwijdering van zijn persoonsgegevens uit het Externe Verwijzingsregister (EVR) op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hij stelde dat hij ernstig wordt beperkt doordat hij geen reguliere bankrekening kan openen vanwege opname in het EVR, terwijl hij stelt onschuldig te zijn aan de frauduleuze transacties die met zijn bankrekening en pinpas zijn verricht.
ABN voerde aan dat verzoeker betrokken is bij een frauduleuze katvangerconstructie, waarbij een bedrag van €5.000,- via zijn rekening werd overgemaakt en direct werd opgenomen. ABN baseerde haar handelen op het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen en het gerechtvaardigde belang om de integriteit van het financiële stelsel te waarborgen.
De rechtbank stelde vast dat de opname van persoonsgegevens in het EVR een rechtmatige verwerking is op basis van het gerechtvaardigde belang van ABN en dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat hij disproportioneel wordt benadeeld. Ook blijft verzoeker de mogelijkheid behouden een basisbankrekening te openen onder het Convenant Basisbankdiensten. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens uit het incidentenregister wordt afgewezen vanwege het gerechtvaardigde belang van de bank.