ECLI:NL:RBALK:2011:BQ1241
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling en ontzegging omgangsrecht wegens risico eergerelateerd geweld
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met zijn drie minderjarige kinderen vast te stellen. De moeder verzocht op haar beurt om ontzegging van het omgangsrecht voor onbepaalde tijd, onderbouwd met een risicoanalyse van het Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (ECEG) en een advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank constateerde dat de onderliggende bevindingen van het ECEG-rapport niet openbaar zijn gemaakt, waardoor de vader zijn recht op een eerlijk proces niet kon uitoefenen en de validiteit van de conclusies niet kon worden getoetst. Desondanks werd erkend dat de situatie behoedzaam moet worden benaderd vanwege de geuite veiligheidsrisico's.
De Raad adviseerde ontzegging van het omgangsrecht omdat omgang met de vader ernstige nadelige gevolgen zou hebben voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen, mede door het risico op eergerelateerd geweld en ontvoering. De rechtbank besloot de zaak voorlopig pro forma aan te houden tot januari 2012, waarbij de vader de gelegenheid krijgt bewijsstukken te overleggen en getuigen te laten horen.
De rechtbank benadrukte dat de moeder en kinderen rust moeten krijgen en dat een definitieve beslissing pas kan worden genomen na nader onderzoek. De ontzegging van het omgangsrecht wordt derhalve voor de duur van een jaar aangehouden, waarbij de vader de tijd krijgt om zijn verweer te onderbouwen.
De rechtbank wees erop dat het belang van de kinderen bij een veilige en stabiele opvoedomgeving zwaar weegt en dat de risicoanalyse na verloop van tijd aan relevantie kan verliezen, zodat een geactualiseerde analyse gewenst is.
Uitkomst: De rechtbank houdt de verdere behandeling van het verzoek tot omgangsregeling en ontzegging omgangsrecht pro forma aan tot januari 2012 en ontzegt voorlopig het omgangsrecht aan de vader.