ECLI:NL:RBALK:2011:BQ4170
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontheffing bestemmingsplan voor exploitatie fluisterboten wegens ontbreken tijdelijke behoefte
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Graft-De Rijp, waarin aan hen ontheffing werd verleend van het bestemmingsplan voor de exploitatie/verhuur van fluisterboten voor maximaal één jaar tot 31 maart 2011.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat nader onderzoek niet noodzakelijk is, waarna onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak is gedaan. De kern van het geschil is of de verleende ontheffing terecht was op grond van artikel 3:22 van Pro de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), dat ontheffing mogelijk maakt voor tijdelijke behoeften.
De rechtbank stelt vast dat verzoekers geen tijdelijke voorziening nastreven, maar een permanente exploitatie van fluisterboten willen realiseren. Dit gebruik betreft geen tijdelijke behoefte of voorziening, en daarom was het college niet bevoegd de ontheffing te verlenen. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand tot het einde van de ontheffingstermijn.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoekers. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor de hoofdzaak, maar niet tegen de afwijzing van de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot ontheffing wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:22 Wro, maar de rechtsgevolgen blijven in stand tot 31 maart 2011.