ECLI:NL:RBALK:2011:BQ8440

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
360696 CV EXPL 11-1207
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering schadevergoeding voortijdige beëindiging telefoonabonnement

Intrum Justitia Nederland B.V. heeft een vordering ingesteld wegens voortijdige beëindiging van een telefoonabonnement door de gedaagde. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter heeft ambtshalve de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden getoetst op onredelijk bezwarende bedingen, conform de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Intrum Justitia heeft haar vordering bij akte beperkt tot 75% van de vaste abonnementsinkomsten over de resterende contractsduur. Deze beperking acht de kantonrechter niet onredelijk. De vordering wordt derhalve toegewezen tot een bedrag van € 984,81, vermeerderd met wettelijke rente over € 810,47 vanaf 27 januari 2011.

De proceskosten worden aan de zijde van Intrum Justitia begroot op € 466,21, waarvan de kosten voor de akte voor rekening van Intrum Justitia blijven. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, maar het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering tot 75% van vaste abonnementsinkomsten toegewezen met proceskostenveroordeling tegen gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton - locatie Alkmaar
Zaaknr/rolnr.: 360696 CV EXPL 11-1207
Uitspraakdatum: 18 mei 2011
Verstekvonnis in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Intrum Justitia Nederland B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeurwaarder
eisende partij
tegen
[naam]
wonende [adres]
gedaagde partij
tegen wie heden verstek is verleend.
Het verloop van de procedure
Intrum Justitia heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding van 9 februari 2011 op de daarin vermelde gronden. [gedaagde] is niet verschenen en tegen hem is verstek verleend.
Intrum Justitia is in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verstrekken en heeft daartoe een akte genomen, waarbij nog een productie in het geding is gebracht.
De beoordeling van het geschil
1.De kantonrechter moet op grond van de wet toetsen of de vordering niet in strijd komt met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden de vordering kunnen dragen.
In aanmerking wordt genomen dat op de kantonrechter op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie EG (o.a. 4 juni 2009, C-243/08) de verplichting rust om de toepasselijke algemene voorwaarden ambtshalve te toetsen op onredelijk bezwarende bedingen. Vanwege bovenstaande is Intrum Justitia in de gelegenheid gesteld, bij akte haar vordering nader toe te lichten. Intrum Justitia heeft in haar akte aangegeven dat zij de schadevergoeding die zij vordert wegens de voortijdige beëindiging van het telefoonabonnement, beperkt heeft tot 75% van de vaste abonnementsinkomsten over de resterende contractsduur. Deze schadevergoeding komt de kantonrechter, gelet op de deze beperking tot 75% niet onredelijk voor.
2.Dat betekent dat de vordering (ook voor het overige) als niet ongegrond of onrechtmatig wordt toegewezen zoals hierna te melden.
3.De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. De kosten voor de akte blijven echter voor rekening van Intrum Justitia.
De beslissing
De kantonrechter:
Veroordeelt gedaagde partij om tegen kwijting aan eisende partij te betalen € 984,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 810,47 vanaf 27 januari 2011 tot de dag der voldoening.
Veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op:
€ 82,21 wegens explootkosten,
€ 284,00 wegens vastrecht en
€ 100,00 wegens salaris gemachtigde.
Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.
De griffier, De kantonrechter,