ECLI:NL:RBALK:2011:BR4353
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opschorting begeleide omgangsregeling wegens vermoedelijk seksueel misbruik en negatieve gedragsverandering minderjarige
Op 23 maart 2011 was een begeleide omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vastgesteld, gebaseerd op een advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Bureau Jeugdzorg verzocht de rechtbank deze regeling op te schorten omdat sinds mei 2011 een negatieve gedragsverandering bij de minderjarige was geconstateerd, die in verband werd gebracht met de omgang met zijn vader. Tevens was de houding van de moeder gewijzigd; zij twijfelde niet langer aan het vermeende seksueel misbruik door de vader.
De gezinsvoogd en speltherapeute stelden dat voortzetting van de omgang schadelijk zou zijn voor het kind, mede door de emotionele spanning en het loyaliteitsconflict dat de minderjarige ervaart. De vader betwistte het verzoek en verwees naar het eerdere advies van de Raad en de beschikking van maart 2011, waarin de omgangsregeling werd bevestigd ondanks het strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank constateerde een verschil van inzicht tussen deskundigen over het effect van de omgang op het kind, maar vond dit onbesproken kunnen blijven omdat de gedragsverandering en gewijzigde houding van de moeder voldoende aanleiding gaven om de omgangsregeling op te schorten. De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de omgang een ernstige bedreiging vormde voor de zedelijke en geestelijke belangen van de minderjarige en wijzigde daarom de beschikking van 23 maart 2011 door de omgangsregeling op te schorten.
Uitkomst: De rechtbank heeft de begeleide omgangsregeling tussen vader en minderjarige opgeschort wegens ernstige bedreiging van de geestelijke en zedelijke belangen van het kind.