ECLI:NL:RBALK:2011:BR6531
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan vader ter bevordering omgang met kinderen
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen vast te stellen en tevens om eens per drie maanden geïnformeerd te worden over het welzijn van de kinderen. De moeder verzette zich tegen omgang, maar stemde in met een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Na diverse onderzoeken en rapportages concludeerde de Raad dat omgang in het belang van de kinderen is en dat de moeder haar ouderlijke verantwoordelijkheid veronachtzaamt door de omgang te blokkeren.
De rechtbank constateerde dat de moeder haar negatieve emoties jegens de vader laat prevaleren, wat de ontwikkeling van de kinderen bedreigt. Ondanks adviezen en maatregelen, waaronder een ondertoezichtstelling, weigerde de moeder medewerking aan begeleide omgang via het Omgangshuis. De vader vroeg daarom om eenhoofdig gezag om de omgang te kunnen realiseren.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen voorop staat en dat alleen een gezagswijziging de garantie biedt dat de omgang op een deugdelijke wijze kan plaatsvinden. De vader verklaarde het gezag niet te zullen gebruiken voor wijziging van de hoofdverblijfplaats. De rechtbank wees het verzoek van de moeder tot afwijzing en stelde het eenhoofdig gezag aan de vader toe, met behoud van verdere procedurele mogelijkheden.
Uitkomst: Vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en omgang met de kinderen vindt plaats onder begeleiding van het Omgangshuis.