ECLI:NL:RBALK:2011:BT8784
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moeder tot medewerking aan omgangsregeling tussen vader en kind
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgang met hun kind, waarbij de moeder weigert medewerking te verlenen aan onbegeleide omgang vanwege verdenkingen van seksueel misbruik door de vader. De vader vordert dat de moeder meewerkt aan de omgang zoals bepaald door Bureau Jeugdzorg (BJZ), op straffe van een dwangsom. De moeder vordert in reconventie dat de omgang beperkt blijft tot begeleide omgang of geheel wordt geschorst.
Er is een forensisch psychologisch onderzoek uitgevoerd dat geen bevestiging noch uitsluiting van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de vader oplevert, maar wel wijst op een negatieve beleving van het kind en loyaliteitsproblemen. BJZ heeft geadviseerd de omgang uit te breiden naar onbegeleide omgang, omdat de omgang goed verloopt en het kind zich ontwikkelt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er onvoldoende concrete feiten zijn om af te wijken van het standpunt van BJZ en wijst de vordering van de vader toe. De moeder wordt veroordeeld tot medewerking aan de omgangsregeling conform aanwijzingen van BJZ, met een dwangsom bij niet-nakoming. De reconventionele vordering van de moeder wordt afgewezen. Partijen worden geadviseerd hun communicatie te verbeteren in het belang van het kind.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot medewerking aan de omgangsregeling conform aanwijzingen gezinsvoogd, met dwangsom bij niet-nakoming.