ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
10 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
130712 - FA RK 11-683
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.J. van Lieshout-Segers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 14 maart 1978Art. 4 lid 1 Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 14 maart 1978
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot opmaken huwelijkse voorwaarden tijdens huwelijk niet ontvankelijk verklaard

Verzoekers, een echtpaar met respectievelijk de Nederlandse en Canadese nationaliteit, zijn in 1993 in Canada gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden, waardoor zij volgens verzoekers in de wettelijke gemeenschap van goederen zijn gehuwd. In 2003 zijn zij in Nederland gaan wonen. De rechtbank onderzoekt welk recht van toepassing is op hun huwelijksgoederenregime.

Volgens het Verdrag van 14 maart 1978 bepaalt artikel 3 dat Pro het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door het recht dat de echtgenoten vóór het huwelijk hebben aangewezen. Uit de stukken blijkt niet dat verzoekers voor de huwelijkssluiting voor Nederlands recht hebben gekozen. Hierdoor is op grond van artikel 4 lid 1 van Pro het Verdrag het recht van het eerste huwelijksdomicilie, Canada, van toepassing.

Het Canadese recht kent geen gemeenschap van goederen. Daarom verklaart de rechtbank het verzoek tot het opmaken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

Uitkomst: Het verzoek tot het opmaken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
PG
zaak- en rekestnummer: 130712 / FA RK 11-683
datum: 10 augustus 2011
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
[VERZOEKERS],
echtelieden,
beiden wonende te [WOONPLAATS VERZOEKERS].
De echtelieden zullen verder ook worden aangeduid als verzoekers.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van de rechtbank is op 21 juli 2011 het verzoekschrift afkomstig van Mr. J.Th. Lamers, notaris te Zaandam, gemeente Zaanstad, ingekomen.
Bij het verzoekschrift bevinden zich een ontwerp van een notariële akte van huwelijkse voorwaarden en een bewijsstuk (een gewaarmerkt afschrift uit de basisadministratie van de gemeente) met betrekking tot de huwelijksvoltrekking tussen verzoekers.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Verzoekers vragen de rechtbank goed te keuren het maken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk. Zij stellen dat zij in Canada zijn gehuwd, zonder vooraf huwelijkse voorwaarden te hebben gemaakt, zodat zij in de wettelijke gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Zij willen thans deze wettelijke gemeenschap opheffen en huwelijkse voorwaarden maken.
OVERWEGINGEN
De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Canadese. Verzoekers zijn op 10 juli 1993 in Canada gehuwd en hebben hun eerste huwelijksdomicilie kennelijk in Canada gehad; blijkens de uittreksels uit de basisadministratie hebben zij zich immers eerst op 3 augustus 2003 in Nederland laten inschrijven.
Volgens artikel 3 van Pro het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 14 maart 1978 wordt het huwelijksvermogensregime van verzoekers beheerst door het interne recht dat zij vóór het huwelijk hebben aangewezen. Uit de stukken is de rechtbank niet gebleken dat door verzoekers een dergelijke aanwijzing voor toepassing van Nederlands recht is gedaan. Nu van een dergelijke aanwijzing niet blijkt, is ingevolge artikel 4 lid 1 van Pro genoemd Verdrag het interne recht van de staat van hun eerste huwelijksdomicilie, te weten Canada, op hun huwelijksgoederenregime van toepassing. Het Canadees recht kent geen gemeenschap van goederen.
Verzoekers dienen derhalve niet-ontvankelijk verklaard te worden in hun verzoek tot opheffing van de gemeenschap van goederen. De rechtbank komt daardoor evenmin toe aan het verlenen van goedkeuring voor het maken van huwelijkse voorwaarden.
DE BESLISSING
De rechtbank:
Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.