ECLI:NL:RBALK:2011:BU4976
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaak ten onrechte als niet-woning aangemerkt voor OZB-heffing
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag onroerende-zaakbelasting (OZB) voor het belastingjaar 2010, waarbij zijn onroerende zaak aan de [adres] te [plaatsnaam] door verweerder als niet-woning was aangemerkt. De WOZ-waarde stond vast op € 302.000 met peildatum 1 januari 2009. De rechtbank stelde vast dat de onroerende zaak uitsluitend als woning werd gebruikt en niet bedrijfsmatig.
Verweerder had de woning aangemerkt als niet-woning, mede op basis van de bestemming als bedrijfswoning, en hief daarom ook gebruikersbelasting niet-woningen. De rechtbank oordeelde dat voor de OZB-heffing de feitelijke functie op de peildatum leidend is, niet de bestemming. Omdat de woning niet bedrijfsmatig werd gebruikt, mocht de aanslag niet worden opgelegd als niet-woning.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, herroept de beschikking en bepaalt dat de aanslag wordt berekend naar het woningtarief. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van proceskosten van € 874 en het griffierecht van € 41. De uitspraak trad in de plaats van de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag OZB als niet-woning en bepaalt dat de aanslag wordt berekend naar het woningtarief.