ECLI:NL:RBALK:2011:BU5174
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietige dagvaarding wegens onduidelijke en tegenstrijdige grondslag van vordering
De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, vordert betaling van een bedrag van €2.372,69 van gedaagde, stellende dat dit bedrag verschuldigd is wegens werkzaamheden die eiser heeft verricht. De dagvaarding bevat echter een onduidelijke en tegenstrijdige omschrijving, waarbij sprake is van een vordering wegens 'teveel ontvangen salaris' terwijl eiser nakoming van een overeenkomst over werkzaamheden verlangt.
De kantonrechter stelt vast dat de grondslag van de vordering niet duidelijk is en dat dit gebrek op grond van artikel 120 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met nietigheid is bedreigd. Er is geen reden om eiser toe te staan dit gebrek te herstellen, mede omdat de dagvaarding uiterst summier is en geen concrete feiten of rechtsgronden bevat.
De rechtbank verklaart daarom de dagvaarding nietig en veroordeelt eiser in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde, welke nihil worden begroot. Het vonnis is gewezen door kantonrechter L. van der Heijden en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2011.
Uitkomst: De dagvaarding wordt nietig verklaard wegens een onduidelijke en tegenstrijdige grondslag, zonder herstelmogelijkheid.