ECLI:NL:RBALK:2011:BU6117
Rechtbank Alkmaar
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning van schadevergoeding voor onterecht gedane voorlopige hechtenis
Verzoeker werd verdacht van poging tot diefstal met geweld en diefstal van een personenauto, maar is op 19 juli 2011 vrijgesproken. Hij verbleef van 8 april tot 19 juli 2011 in voorlopige hechtenis. Na beëindiging van de strafzaak vroeg verzoeker een schadevergoeding aan voor de geleden schade door de detentie.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en ontvankelijk was. De officier van justitie verzette zich tegen vergoeding vanwege de proceshouding van verzoeker, die zich herhaaldelijk op zijn zwijgrecht had beroepen, wat de voortzetting van de voorlopige hechtenis mede veroorzaakte.
De rechtbank stelde vast dat de onschuldpresumptie niet in de weg staat aan het meewegen van de proceshouding bij de beoordeling van het verzoek. Gezien alle omstandigheden achtte de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen, maar beperkte deze tot de helft van het gebruikelijke bedrag.
De vergoeding werd berekend op basis van 3 dagen politiecel en 99 dagen huis van bewaring, met respectievelijk €105 en €80 per dag, resulterend in een totaal van €4.657,50 inclusief kosten voor het verzoekschrift. Het resterende verzoek werd afgewezen. De griffier werd bevolen het bedrag aan verzoeker uit te betalen.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een schadevergoeding toe van €4.657,50 wegens onterecht ondergane voorlopige hechtenis.