Uitspraak
RECHTBANK ALKMAAR
Beschikking in de zaak van:
[naam], wonende te [adres],
de besloten vennootschap Vomar Voordeelmarkt B.V., gevestigd te Alkmaar,
Het procesverloop
De uitgangspunten
Het geschil
De beoordeling
De kantonrechter neemt bij dit oordeel met name in aanmerking de uitleg die Vomar tijdens het gesprek aan haar besluit heeft gegeven. In het gesprekverslag van 10 maart 2011 heeft Vomar het als volgt verwoord:
In dit gesprek hebben we in eerste instantie gesproken over de voortgang van je herstel. (…)
Al met al ben je zeer positief over de prognose en ben je klaar om weer aan de slag te gaan.
Op jouw vraag: “dus wat gaan we doen?”, moesten wij echter antwoorden dat Vomar voornemens is toe te werken naar beëindiging van jouw contract. Jij gaf aan hiermee niet akkoord te gaan en vroeg naar de achtergronden.
[voornaam][de leidinggevende] gaf aan dat er geen opmerkingen zijn over je functioneren. Je functioneerde tot nu toe altijd goed.
Hij liet weten dat het besluit is ingegeven door de situatie waarin de organisatie zich nu bevindt. Er is nu helaas onvoldoende tijd voor ons om te kunnen wachten op jouw volledige herstel.
Hij gaf aan dat je inmiddels bijna 8 maanden afwezig bent en het tijdspad van je herstel niet overeen komt met het tijdspad dat nu nodig is voor het volledig op orde brengen van Categorie Management. In de afgelopen maanden zijn hier al een aantal stappen gezet. Deze lijn moet nu worden voorgezet.
Dit houdt concreet in dat er voor jou geen plaats meer is binnen het team.
(…)”.
Het is uitsluitend het gevolg geweest van het handelen van [werkneemster] zelf, nu zij alle drie de keren niet met de voorgestelde beëindiging heeft ingestemd maar re-integratie wilde, dat Vomar is overgegaan tot het ter hand nemen van de re-integratie. Dit blijkt immers uit de brief van 28 april 2011 van Vomar aan [werkneemster]:
Je hebt in eerdere gesprekken aangegeven dat je niet wil meewerken aan een ontslag en dat je van ons eist dat we onze re-integratieverplichtingen serieus nemen. Dat doen wij ook. Vandaar dat ik op 27 april met je in gesprek wilde gaan om te vertellen welke activiteiten je kan uitvoeren. (…)”.
Belanghebbende vraagt niet om toetsing van de re-integratie-inspanningen van de werkgever.
Mocht er een eventuele RIV toetsing komen, dan kan er gesteld worden dat deze onvoldoende zijn. Er is geen tijdcontingent traject opgesteld en het re-integratie doel is niet vastgelegd door de werkgever. (…)”.
€ 75.000,- bruto toe. De kantonrechter overweegt dat bij de berekening van de vergoeding de jaren die [werkneemster] bij haar vorige werkgever heeft gewerkt, niet zijn meegenomen. Van het actief werven van [werkneemster] door Vomar is niet gebleken.
De beslissing
enop het tegenverzoek van Vomar, met ingang van 1 februari 2012 en kent aan [werkneemster] ten laste van Vomar, zowel op het verzoek als het tegenverzoek, een vergoeding toe van € 75.000,- bruto, een en ander tenzij
zowelhet verzoek
alshet tegenverzoek
vòòr 31 januari 2012 schriftelijk worden ingetrokken;