ECLI:NL:RBALK:2012:BV9807
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens geweldsgebruik
Verzoeker, werkzaam als beveiliger sinds 1996, werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking van zijn toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, nadat hij strafrechtelijk werd vervolgd wegens het gebruik van buitensporig geweld tijdens een aanhouding. Verzoeker erkende de feiten en zijn grensoverschrijdend gedrag, maar betoogde dat het besluit disproportioneel was en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de korpschef ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de betrouwbaarheid van een beveiliger en dat de geconstateerde gedragingen een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde vormen. De serieuze verdenking van geweldsgebruik was voldoende grond voor intrekking van de toestemming, ook al was er nog geen strafrechtelijk oordeel.
De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat deze niet geldt wanneer iemand niet aan de betrouwbaarheidseisen voldoet. Ook was er geen wettelijke grondslag voor het verbinden van een termijn aan de intrekking. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit in bezwaar stand zal houden en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt afgewezen wegens onvoldoende betrouwbaarheid van verzoeker.