ECLI:NL:RBALK:2012:BV9809
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens ontbreken rechtstreeks belang bij verklaring van geen bezwaar pleegzorg
De vader van een minderjarig kind maakte bezwaar tegen de afgifte van een verklaring van geen bezwaar aan de grootouders van moederszijde, die hun kleindochter wensen op te voeden en verzorgen als pleegouders. De Raad voor de Kinderbescherming had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de vader niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb Pro werd aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de vader geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit tot afgifte van de verklaring van geen bezwaar, aangezien dit besluit alleen de grootouders als geadresseerden raakt. Het belang van de vader was afgeleid van het belang van zijn dochter en daarom onvoldoende voor bestuursrechtelijke belanghebbendheid.
Verder stelde de vader dat de termijn voor het indienen van bezwaarschriftgronden onredelijk kort was, maar de rechtbank vond dat hij voldoende tijd had om zijn bezwaren te onderbouwen. Ook het bezwaar dat het besluit onbevoegd was genomen werd verworpen omdat de locatie die het bezwaar behandelde bevoegd was.
De rechtbank maakte gebruik van haar bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak en verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vader wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een rechtstreeks belang bij de verklaring van geen bezwaar.