ECLI:NL:RBALK:2012:BX0509
Rechtbank Alkmaar
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter na comparitie in civiele kantonzitting
In deze zaak heeft verzoeker na de comparitie van partijen een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die zijn zaak behandelde. Verzoeker stelde dat uit bepaalde uitlatingen en een voorlopig oordeel van de rechter tijdens de comparitie bleek dat de rechter niet onpartijdig was.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de maatstaf dat wraking alleen kan worden toegewezen indien er feiten of omstandigheden zijn die geen andere redelijke verklaring toelaten dan vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter. De kamer concludeerde dat de verschillen van mening over de behandeling van verweren en de vraagstelling van de rechter tijdens de comparitie niet leiden tot een gegronde vrees voor partijdigheid.
Ook het voorlopige oordeel van de rechter tijdens de comparitie werd niet als grond voor wraking gezien, omdat het geven van een voorlopig oordeel tot de taken van de comparitierechter behoort en partijen de mogelijkheid hebben om hierop te reageren.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en bepaalde dat de onderliggende zaak wordt voortgezet onder leiding van de voorzitter van de sector Civiel/Kanton van de rechtbank. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.